Er zijn wereldwijd steeds meer patiënten die palliatieve zorg nodig hebben. Gespecialiseerde palliatieve zorgteams die binnen de ziekenhuismuren ondersteuning bieden, bijvoorbeeld aan patiënten met kanker, verbeteren de patiëntuitkomsten. Maar daarvoor is ook samenwerking nodig met niet-gespecialiseerde zorgverleners. Onlangs is het plan voor een onderzoek van onder andere de KU Leuven en het UZ Leuven naar interprofessionele samenwerkingen in palliatieve zorg gepubliceerd in wetenschappelijk tijdschrift PLoS One.
Palliatieve zorg is cruciaal voor patiënten met gevorderdere, levensbeperkende of levensbedreigende aandoeningen, zoals kanker. Vergrijzing en de toename in chronisch zieke patiënten leiden ertoe dat de vraag naar palliatieve zorg toeneemt. Ziekenhuizen met gespecialiseerde palliatieve zorgteams rapporteren betere uitkomsten voor hun patiënten dan ziekenhuizen waar geen gespecialiseerde palliatieve zorg beschikbaar is. Maar om goede palliatieve zorg te verlenen, moet het gespecialiseerde zorgteam ook samenwerken met zorgverleners die niet gespecialiseerd zijn in het verlenen van palliatieve zorg. Om meer inzicht te verkrijgen in deze interprofessionele samenwerkingen zullen Belgische onderzoekers een review van de bestaande wetenschappelijke literatuur over dit onderwerp uit gaan voeren. Daarin zal worden onderzocht welke contextuele factoren, mechanismen en uitkomsten relevant zijn voor interprofessionele samenwerkingen tussen gespecialiseerde palliatieve zorgverleners en algemene zorgverleners. Hoe de onderzoekers dit gaan doen, is onlangs gepubliceerd in een artikel in PLoS One.
De literatuurreview wordt gebaseerd op de derde generatie van de ‘Cultural-Historical Activity Theory’, een theoretische raamwerkbenadering waarmee de relatie tussen de gedachten en gevoelens van mensen en hun acties wordt onderzocht. De review zal worden uitgevoerd in de volgende vijf stappen:
Met behulp van deze ‘realistische’ literatuurreview wordt dus een initiële programmatheorie verfijnd, waardoor een raamwerk ontstaat waaruit duidelijk moet worden hoe de interprofessionele samenwerking tussen gespecialiseerde palliatieve zorgteams en algemene zorgprofessionals eruitziet.
De onderzoekers verwachten dat ze tijdens hun review verschillende praktische en operationele uitdagingen zullen tegenkomen. Zo is het bewijs dat onderzoekers vinden in dit soort reviews vaak heterogeen, onder andere op het vlak van de gebruikte methodiek. Toch geloven de onderzoekers dat de methodologie die zij gebruiken hen in staat zal stellen om succesvol om te gaan met dit soort heterogene gegevens. Dat doen ze onder andere door relevante ‘stakeholders’ te betrekken bij het opstellen van de programmatheorie. Hierdoor kunnen de onderzoekers zich richten op de processen, factoren en uitkomsten die het relevantst zijn voor de huidige palliatieve zorg.
De hierboven beschreven literatuurreview zal hopelijk meer inzicht opleveren in de samenwerking tussen palliatieve zorgteams en algemene zorgprofessionals. In het huidige artikel is alleen de methodiek die gebruikt zal worden beschreven. De resultaten kunnen in de toekomst potentieel een positieve impact hebben op het zorglandschap, omdat ze zorgprofessionals en andere betrokkenen kunnen helpen bij het optimaliseren van de palliatieve zorg.
Referentie